In 1951, in de schaduw van de Koude Oorlog, werd door de overheid een systeem ingevoerd dat musea verplichtte hun collecties te categoriseren voor evacuatie in tijden van oorlog. Door middel van ‘evacuatiestippen’ werd aangegeven welke werken als eerste gered moesten worden: rood stond voor ‘zeer belangrijk’, wit was ‘belangrijk’ en blauw ‘minder belangrijk’. In deze tentoonstelling in de IMC-zaal staan de vergeten blauwe stippen centraal.

Wat zegt het over een kunstwerk – en over ons – als een werk ooit als ‘minder belangrijk’ werd bestempeld? Met werken van bekende 19e-eeuwse kunstenaars als Jozef Israëls en Thérèse Schwartze, tot minder bekende namen als José Maria Rodriguez-Acosta en Marie de Roode-Heijermans en een eerder bijna vergeten, maar momenteel gevierde naam als Nola Hatterman.

In totaal kreeg in de periode 1951-1965 circa 10% van de werken een blauwe stip, vooral (bloem)stillevens, landschappen en stadsgezichten. Ze weerspiegelen de modernistische koers van het Stedelijk: abstractie en expressionistische schilderijen werden hoger gewaardeerd. Volgens toenmalig directeur Willem Sandberg moest de kunstenaar ‘naar voren kijken’ en zich richten op vernieuwing. Traditionele schilderkunst en moderne figuratieve schilderkunst vielen vaak buiten de boot.

75 jaar later nodigt Blue Dots uit om zelf na te denken over wat belangrijk is. En over wat we, als het erop aankomt, zouden willen bewaren voor de toekomst.
Samengesteld door Nadia Abdelkaui, Stedelijk Museum Amsterdam.

Afbeeldingen: 1) Zaalbeeld Blue Dots. Foto: Gert Jan van Rooij , 2) Nola Hatterman, Louis Richard Drenthe / op het terras, 1930 , 3) Else Berg, Vrouw met gitaar, 1929 , 4) Marie de Roode-Heijermans, Het slachtoffer van de ellende, 1896. Collection Stedelijk Museum Amsterdam, 5) Willem Martens, Rêve d’amour, 1892-1895
29 nov 2025 t/m 15 mrt 2026



Leave a Reply