In Den Haag daar woont een Graaf en zijn zoon… Over het Hongaarse Marshallplan.
Nou, niet alleen in Den Haag woonde een Graaf, Boedapest had er ook ‘n paar. Van die Graven in Boedapest is Graaf István (Duits: Stefan) Széchenyi (Seetsjenjie) vrijwel de enig overgebleven Graaf wiens naam in vrijwel iedere Hongaarse gemeente ergens op een straatnaambordje gevonden kan worden. Széchenyi (1791-1860) is ook de vrijwel enige Hongaarse Graaf waar iedere Hongaar wel van gehoord heeft en met ontzag over praat. Tot de belangrijkste wapenfeiten van Graaf Széchenyi horen ongetwijfeld de Ketting brug (Lánc híd) die ook wel de széchenyi híd wordt genoemd, omdat hij de initiatiefnemer van deze vaste oeververbinding was. Bij het Pester bruggenhoofd, aan het Roosevelt tér (plein) staat de Hongaarse Academie van Wetenschappen die ook al door Széchenyi is opgericht, terwijl de bezittingen van Széchenyi voldoende hoogwaardig waren – en genoeg in aantal – om het door hem gebouwde Nationale museum aan de Muzeum körút (rondweg) mee te vullen. Hongarije heeft daarmee het enige nationale museum ter wereld dat uit particulier bezit werd opgebouwd en nog wel door één persoon. Hetzelfde geldt voor de nationale bibliotheek, waar Széchenyi de grondlegger van was. Behalve dat Széchenyi een groot denker en politicus was, had Széchenyi dus ook nog een paar hobby’s die hem aan zijn nationale en internationale bekendheid hebben geholpen. De politieke achtergrond van Széchenyi en zijn functioneren als weldoener voor de Hongaarse gemeenschap zijn er de oorzaak van, dat de naam van Széchenyi nu bij het grote publiek leeft, door het naar hem genoemde ontwikkelingsplan, het zogenaamde Széchenyi terv (plan) van Fidesz (het Verbond van Jonge Democraten).