Hongarije, Meerdere landen

De parlementaire structuur in relatie tot de democratische structuur

Het zou een beetje van de dolle zijn, wanneer ik vanuit Hongarije kom vertellen hoe in Nederland de democratie functioneert. Zeker zo vlak voor de verkiezingen in Nederland mag je verwachten dat iedereen wel zo’n beetje opgefrist is en weet ‘waar Abraham de mosterd haalt’. Of niet soms?

In Hongarije zijn de verkiezingen al geweest en de nu regerende liberale Fidesz partij lijkt al gelijk wat van haar beloftes in te gaan lossen, inclusief de normaal zo omslachtige en moeilijk te realiseren grondwetswijzigingen. Grondwetswijzigingen zijn daarom zo omslachtig, omdat voor iedere wijziging een twee-derde meerderheid nodig is. Maar de Fidesz heeft een royale twee-derde meerderheid en hoeft geen rekening te houden met een bedreigende opposities en de eerste ‘klap’ komt er gelijk al aan. Het dure en grote parlement wordt beduidend verkleind. Maar hoe werkt het parlement en wat betekent in Hongarije de parlementaire democratie? Uitleg van alle grote verschillen zou U waarschijnlijk in een – welverdiende – slaap wiegen. Ik wil mij daarom beperken tot een paar opmerkelijke verschijnselen. Als vergelijking zal ik in het kort vertellen hoe het in Nederland (hoort te) gaan om de verschillen duidelijker aan te geven.

Kort samengevat bepaalt de regering in Nederland (de ministersploeg) het beleid. Dat beleid wordt twee keer GECONTROLEERD: eerst door de tweede kamer op bruikbaarheid en wenselijkheid en daarna kijkt de eerste kamer of het (grond-)wettelijk allemaal correct is. Wanneer een nieuwe wet een feit wordt, wordt de nieuwe wet door Hare Majesteit ondertekend, gepubliceerd in de Staatscourant en dan is de nieuwe wet een feit. Het parlement, de volksvertegenwoordigers die door ons allemaal gekozen zijn, kijken vanuit de belangen die zij behartigen (en in verhouding staan tot de verkiezingsuitslag) of hun belangen voldoende in wetten, regels, voorschriften en bepalingen gehonoreerd worden. Op die manier worden de democratische rechten van de meerderheid min of meer gewaarborgd.

Om het huidige Hongaarse politieke stelsel te begrijpen, kijken we eerst even terug in de geschiedenis, die de basis vormt van het actuele Hongaarse stelsel. Vroeger, onder het oude één partij stelsel, was er wel is waar een parlement, maar dat werd feitelijk op aanwijzing ‘democratisch’ gekozen. Het aantal door de Partij voorgedragen kandidaten werd meestal zo geraffineerd samengesteld dat er eigenlijk geen uitvallers waren. Waren er toch uitvallers, dan kregen die uitvallers partijtrouwe (ere-)baantjes aangeboden (in de partijtop) en waren er uiteindelijk geen echte uitvallers. De partijtop regisseerde trouwens ook de parlementaire beslissingen. Was János Kádar niet jarenlang de premier en partijleider in één persoon? Na het opengaan van de grenzen in september 1989 verloor de partij de feitelijk macht en op 23 oktober 1989 werd Hongarije een ‘gewone’ democratische republiek met een meerpartijenstelsel. Maar wel een meerpartijenstelsel waarvoor de oude partij zelf de grondwet had gewijzigd. Het in naam wijzigen van een partij, stelsel en grondwet wil natuurlijk niet zeggen dat gelijk alle democratische wensen en rechten van de meerderheid werden geïmplementeerd. Omdat na de stelselwijziging voor geen enkele partij een twee-derde meerderheid tot stand kwam en de verschillende partijen niet met een twee-derde meerderheid tot overeenstemming konden komen over grondwetszaken, bleef de provisorisch gewijzigde grondwet van kracht. Dat was tot op heden de reële politieke situatie in Hongarije.

Het Hongaarse politieke stelsel werkt als volgt: de regering bestaat uit een minister president en 13 ministers, ondersteund – NIET GECONTROLEERD – door 386 volksvertegenwoordigers. Daar hebben we gelijk het Hongaarse democratische probleem bij de horens, het ontbreken van de democratische controle op het naar democratische regels regerende bestuursapparaat. In tegenstelling tot het Nederlandse stelsel bepalen de ministers en de volksvertegenwoordigers beiden het beleid. Het grote verschil is, dat de ministers de uitvoerende macht vertegenwoordigen. Gelukkig bestaat er in Hongarije wel enige controle op nieuwe wetgeving en op wat het parlement doet. De Hongaarse president kan namelijk een wet weigeren wanneer hij van mening is dat een wet tegenstellingen bevat (al dan niet in samenhang met andere wetten) en geen, of te weinig, rekening houdt met de geldende grondwettelijke bepalingen. Wanneer dat het geval is, stuurt de president de parlementaire/ministeriële beslissing door naar de hoogste rechter die op basis van zijn onafhankelijkheid beslist. De Hoogste rechter op zijn beurt is verkozen met instemming van alle partijen in het parlement. De beslissing van de hoogste rechter is uiteindelijk bepalend en wanneer de hoogste rechter een nieuwe wet of wetswijziging goedkeurt, kan de president alsnog tekenen. Die situatie heeft zich de afgelopen jaren meerdere malen voorgedaan.

Nu één partij (een partij die uit antipathie met het oude stelsel is ontstaan) niet alleen de absolute meerderheid heeft verworven maar zelfs een royale twee-derde meerderheid heeft gekregen, kan niet anders verwacht worden dan dat verschillende grondwetsartikelen ‘op de schop gaan’. Gehoopt moet worden dat de grondwetswijzigingen niet de andere kant op doorslaan. Zoals het er nu naar uitziet komen de artikel wijzigingen één voor één aan bod. Een van de minder belangrijke grondwetsartikelen is nu als actuele proef gebruikt. In het kader van de noodzakelijke bezuinigingen brengt de regering het grondwettelijke aantal van 386 volksvertegenwoordigers terug naar ongeveer 200. Overeenkomstig het Hongaarse kiesstelsel waarin rekening wordt gehouden met regionale regionale vertegenwoordigers, worden in de toekomst ook grondwettelijke plaatsen vrijgehouden voor minderheidsvertegenwoordigers, in Hongarije vooral zigeuners. Het aantal van 13 plaatsen dat daarvoor wordt gereserveerd, zo’n 6,5% van het aantal volksvertegenwoordigers, is in lijn met het aantal van de minderheden binnen de Hongaarse bevolking. Het aantal ministers en ministeries wordt terug gebracht van 13 naar 8. Voorwaar, als eerste grondwetswijziging binnen twee weken na het aantreden van deze nieuwe regering laat het aan de Hongaarse bevolking zien dat de regering serieus wil en moet bezuinigen en daarvoor de hand eerst in eigen boezem steekt.

Voor de Hongaarse toekomst is deze kleine maatregel al veelbelovend. Het effect op de buiten- en zakenwereld zal Hongarije zeker niet schaden, maar Fidesz heeft nog veel te doen, héél véél.

Leave a Reply