
Het historische stadje Telč in Zuid Bohemen is de parel van de Renaissance in Tsjechië. Het staat op de UNESCO-erfgoedlijst. In het Dominicanenklooster is het werk van Míla Doleželová te zien. De meeste van haar schilderijen hebben betrekking op het leven van de Roma. De gezichten met de grote ogen zijn heel typerend voor de schilderes.
Doleželová liet zich in haar werk inspireren door Byzantijnse iconen en oosterse kunst. De Schilder met grote ogen werd ze wel genoemd.

De Roma
Míla Doleželová, voluit Bohumila Doleželová, leefde van 1922 tot 1993, ze werd geboren in Prostějov. Ze woonde en stierf in Vysočina, waar ze een monumentaal oeuvre naliet bestaande uit fresco’s, ongeveer 600 olieverfschilderijen, boekillustraties, tekeningen en grafiek. Bekend zijn ook haar illustraties voor Tales of Ancient India en zigeunersprookjes, die verschenen onder de titel Singing Violins. Zigeuners, beter gezegd, de Roma, is haar onderwerp. Ze schilderde ze vaak met grote ogen.
Op 14-jarige leeftijd ging ze leren voor hoedenmaakster. Na die opleiding werkte ze in Prostějov en Pilsen, waar ze samen met haar tante de oorlog overleefde. In 1945 ging ze naar de Staatsschool voor Grafische Kunsten in Praag, maar verliet deze na een jaar studeren. In 1946 werd ze toegelaten tot het tweede jaar van de AVU. Ze werkte vaak in het atelier van V. Pukla. Zij voltooide haar studie in 1950 en werkte de daaropvolgende vier jaar als universitair docent bij de AVU. Vanaf 1954 schilderde ze voornamelijk met olieverf. In 1957 deed ze etnografisch onderzoek naar het leven van de Roma in Oost-Slowakije.
Zomers in Klatovec
Ze verliet de AVU op eigen verzoek en woonde vanaf 1957 bij Jiří Mareš, haar latere echtgenoot (ze trouwde met hem in 1958) en haar moeder in een voormalige steenfabriek nabij het dorp Jihlávka. In 1961 verhuisden ze allemaal naar het kleine dorpje Klatovec bij Javořice, in het centrale deel van de Hooglanden. Gedurende deze periode kreeg zij en haar echtgenoot te maken met grote materiële problemen. Doleželová bevond zich in de eenzaamheid van Vysočina; er was geen water of elektriciteit in het huis.
Mila zat niet niet bij de pakken neer, ze werkte, als een bezetene. Ze kreeg haar eerste tentoonstellingen, en veel kunstenaars bezochten beide schilders (Doleželová en haar man Mareš) in Klatovec. De Roma werden het centrale thema van haar werk. In 1967 werd ze toegelaten tot de Association of Fine Artists of the Highlands. Het keerpunt kwam na een groepstentoonstelling bij Galeria Vysočiny in Jihlava (1966), waar een Mexicaanse schilderijenhandelaar de tentoonstelling bezocht en vrijwel al het werk dat er hing kocht. In 1967 verkocht ze ook 25 schilderijen aan geïnteresseerden in Amerika. Daarna volgde uitnodigingen voor tentoonstellingen in Miami, Florida (1967), Chicago (1969) en Mexico (1971).

Telč en een wending naar religieuze thema’s
In 1972 kochten zij en haar man een huis in Telč (tegenwoordig hangt er een gedenkplaat op het huis). In die tijd richtte Doleželová zich op religieuze thema’s. In 1978 kreeg ze een opdracht voor een schildercyclus van de Staties van de Kruisweg voor een Slavische kerk, maar de cyclus werd uiteindelijk niet geïnstalleerd en bevindt zich tegenwoordig in een privécollectie. In de laatste fase van haar leven stierven al haar dierbaren. Ze werkte tot haar dood in het huis in Telč, en bracht haar laatste jaren in volledige eenzaamheid door. In 1978 stierf haar moeder, die tot dan toe bij beide schilders had gewoond, in januari 1984 stierf haar echtgenoot Jiří Mareš, vele jaren jonger, (op 52-jarige leeftijd). Het verlies van haar man trof Doleželová erg hard, ze stopte enkele maanden met werken en sloot zich af van mensen. Ze stierf op 30 december 1993.
De National Gallery in Praag was niet geïnteresseerd in haar verzameling werken, het Brno Museum voor Roma-cultuur wilde ze ook niet hebben, Doleželová liet daarom al haar werken en die van haar man na aan de Dominicanen. Ze vervulden haar wens en gedurende drie jaar was er een permanente galerie met haar schilderijen in het Dominicanenklooster in Jihlava. Het overige deel van het werk wordt tentoongesteld in het Dominicaanse klooster in Jablonné in Podještědí. De grootste eigenaar van het werk van Míla Doležalová is het bedrijf PSJ, a.s..
Met dank aan Kees van Teeffelen en Sylvia Kohlmann die deze schilderes tijdens hun vakantie in 2024 in Tsjechië ontdekten.
https://www.miladolezelova.eu/en


