Op bezoek bij Ellen Rijk in haar atelier in Tilburg zie ik rechts van mij meterslang zwarte dansende figuren onder glas. Ook op tegenoverliggende muur zie ik dansende figuren. Ik had haar werk gezien in de tentoonstelling Invisible Connections bij Breed Art Studios in Amsterdam, een tentoonstelling waar naast haar werk ook werk van Henny Schakenraad te zien was. Daar waren diverse dansende personen van de hand van Ellen Rijk te zien: papier op metaal, bovenin omhoog kringelende spiralen van metaaldraad en er was zelfs een enorme robe die kon bewegen.
Dansen is belangrijk voor haar, zegt ze. “Je doet ‘t samen. Het kwam vrij toevallig in mijn werk terecht. Voor een kleine opdracht had ik een plaatje nodig van een danseres. Ik maakte daarna een jurk van papier en ging dat beschilderen. Ik deed haar jurk – een petticoatachtige baljurk – aan en liet me ermee fotograferen.”

Pina Bausch
Een Franse theaterdirecteur vroeg of ze mee wilde doen aan een Pina Bausch project. Daaraan deden naast dansers ook theatermakers en filmers mee. Het project werd getoond in een klein theater in Vanves-Parijs onder de naam ‘Montre-moi ta Pina’.
Ellen was in de ban geraakt van Pina Bausch. Ze had haar voorstelling ‘Walzer’ voor het eerst op tv gezien. “Ik was helemaal onder de indruk.” Ze ging naar voorstellingen in Wuppertal, Amsterdam, Antwerpen en Charleroi. Pina Bausch was artistiek leider van het stadsdansgezelschap van Wuppertal. De taal van Pina Bausch, met mannen die vrouwenrollen spelen en vice versa; oudere dansers en het gebruik van teksten bleek ook de taal van Ellen Rijk. “Aanvankelijk stonden vrouwen centraal in mijn werk, maar op gegeven moment dacht ik: ‘het is tijd voor de mannen’. Tilburg is in 1944 bevrijd door een Schots regiment. In een van de bevrijdingsfeesten was er een Schots feest in een park, met o.a. highlandgames, waarbij de Schotse rokken van de sporters prachtig zwaaiden. Ik heb vervolgens een man gevraagd om in Schotse rok te dansen. Ik had ook plooirokken. Daar zijn de spiraalvormen met daarin foto’s vandaan gekomen die te zien waren bij Breed Art.”

Een delta van lijntjes
Meer dan 45 jaar is ze al bezig met haar kunst. Ze heeft niet één themalijn, zegt ze: “Het is meer een delta van lijntjes die bij elkaar komen en weer uit elkaar gaan, waarbij veel dingen vaak terugkomen.”
Toen ze werd opgeleid heerste het adagium van de abstracte kunst. Ook Ellen begon abstract, maar werd in de loop der tijd figuratiever en verhalender. Dat kwam ook omdat ze veel in het theater werkte waar ze decors maken. Dat deed ze o.a. voor Productiehuis Brabant en jongerengezelschap De Krenten.
Naast het theater ontwikkelde ze zich vooral als autonoom beeldend kunstenaar, maar de theaterinvloed is iets blijvends gebleken. “Als ik een tentoonstelling aan het inrichten ben, bekijk ik die als een totale installatie. Ook het samenwerken met anderen stamt eruit: het combineren van installaties, teksten van anderen voor mij, en het gebruik van video en soundscapes.”
Haar werk in de allereerste jaren was abstract, maar ze begon zich af te vragen wat ze te vertellen had. Het begon zijn vorm te krijgen toen ze het abstracte losliet. Nu, na zoveel jaren, groeit de behoefte aan abstractie weer. Het blijft zoeken naar een balans daartussen. “Die zoektocht heeft wel altijd met mezelf te maken.”
De Eerste Wereldoorlog
We lopen naar achteren via het plaatsje naar haar ‘Zomeratelier’, een grote garage-achtige ruimte dat vol staat met allerlei werken en objecten. Op de grond ligt een uitgestrekte tekening van anderhalf bij tien meter die gaat over de Eerste Wereldoorlog. “Een plaatsgenoot was in Verdun en omgeving geweest. Onder de indruk van wat zich daar had afgespeeld begon hij een briefkaartenproject. Aan acht Tilburgse kunstenaars werd gevraagd te reageren op een briefkaart uit de oorlog. In eerste instantie dacht ik ‘wat heb ik met WO I’? Eigenlijk veel minder dan met WO II. Desalniettemin waren er meer aanknopingspunten dan ik dacht. Mijn ouders zijn allebei geboren in 1917. Er was een miljoen vluchtelingen uit België in Nederland, met name in Brabant. Plus veel soldaten om Nederland neutraal te houden.”

Op de tekening zie ik diverse bloemstukken in grijs en gedempte grijsachtige kleuren. Een hele reeks foto’s van haar vader en moeder als kind. Er zijn graven te zien met hekjes eromheen en beschadigde panden. Ze maakte ook collages van scenes uit deze oorlog op brief- en ansichtkaarten en stak deze vervolgens in brand, waardoor een zwartgeblakerd geheel overbleef. Oorlog en vuur horen nu eenmaal bij elkaar.

De Tweede Wereldoorlog
Over de lotgevallen van haar ouders in WO II maakte ze een vervolg hierop. “Mijn vader was bij het uitbreken oorlog gevlucht naar Frankrijk. Hij was tien dagen getrouwd toen hij vluchtte. Hij strandde in een plaatsje waar de heilige Theresia kerkheilige was. Toen hij na een tijd weer terug in Nederland was vervolgde hij zijn leven met zijn gezin. Toen ik geboren werd kreeg ik (net als enkele andere zussen) als derde naam Theresia. Ik heb mijn installatie ‘Wiens Oorlog’ en het bijbehorende boek op een paar plekken laten zien en kreeg heel veel reacties. Mensen vertelden over hun eigen oorlogsgeschiedenis, over hun ouders en over wat de ouders in de oorlog gedaan hadden.”

De Brabantse Wal
Haar werk is gekoppeld aan de plek waar ze geboren is, zegt ze. Dat is Ossendrecht, gelegen op de Brabantse Wal. Het landschap vormt een schilderachtige overgang van het hoge, bosrijke Brabantse zand naar de lagergelegen polders en zeeklei richting Zeeland en Vlaanderen.
In Frankrijk had ze op een bepaald moment een kunstproject met het thema ‘Bomen’. Het werd uitgevoerd op een grote boerderij onder Parijs. De hele omgeving bestond uit graan- en koolzaadvelden. Een oudere man vertelde over de streek en waarom alle gebouwen er omringd waren door muren, maar waar je nergens onderweg café’s zag zoals in Brabant. Dat kwam omdat water alleen in onderaardse lagen aanwezig was en waar iedereen zijn eigen een put kon slaan, waardoor je verder niemand nodig had. In dezelfde tijd was ze veel in West-Brabant vanwege de gezondheid van haar moeder. Een totaal ander landschap, waar ze al vroeg wegwilde, maar toch elke keer weer ‘thuis’ kwam. Het project in Frankrijk ging uiteindelijk over haar haat – liefde verhouding met de plek waar ze vandaan kwam en wat Le Plat Pays, ‘haar’ landschap is en minder met ‘Bomen’. “In Tilburg mis ik dat weleens, de weidsheid van de Brabantse Wal.”

Boten
In het Zomeratelier zie ik ook diverse boten, van groter tot kleiner formaat, de meesten van triplex, sommigen van keramiek. De boten maakte ze onder meer voor de Bosch Parade, een tweejaarlijks kunstoptocht in de wateren van Den Bosch rond de thematiek van Jeroen Bosch. “De boten staan symbool voor de overgang van leven naar de dood. Je vaart naar een nieuw leven.” Heel passend dat sommige boten, rechtop gezet, veranderen in kapelletjes. De titel is dan ook Troostvloot.
Een andere keer bestond haar werk voor de Boschparade uit luchtbedden met tekeningen à la Jeroen Bosch erop. Een groep vrijwilligers moest op die luchtbeddenvloot vooruit zien te komen, al balancerend op het luchtbed. Vallen en opstaan – Luctor et Emergo. Het geheel stond onder leiding van choreografe Ulrike Doszmann. “De repetities waren hilarisch. Het was vooral vallen en opstaan. Ik heb nog nooit zo’n lol gehad tijdens het werken.” A.s. juni is de elfde editie van de Bosch Parade.

Taal
Ze laat zich graag inspireren door teksten van anderen. Ze maakte ooit een installatie naar een theatertekst van de Belgische schrijver Paul Pourveur over verleiding. Heleen Volman heeft voor haar een tekst geschreven voor bij een installatie met een video met dans als metafoor voor contact tussen mensen. Hiervoor organiseerde ze een feestje voor vriendinnen met wapperende rokken. “Rokken die zwieren hebben eenzelfde beweging als het kabbelen van water..” Heleen schreef eerder teksten voor het dansgezelschap Raz en won met haar werk de E. du Perronprijs. “Zij was de eerste die mij in het theater aan het huilen kreeg.”
Haar man Pietjan Dusee, ook theaterschrijver, schreef voor haar “Ik ben geen reiziger’, een tekst over onderweg zijn en je thuis voelen.
Tijdens het werkproces vraag ze mensen die ze vertrouwt graag om commentaar en laat zich scherp bevragen, zoals door regisseur Carla Bakker.

Opleiding
Ellen Rijk deed de Docentenopleiding tekenen / handvaardigheid op de Academie voor Beeldende Vorming Tilburg. “Dat was heel fijn. Ik had er heel veel vakken, met veel kunstgeschiedenis en kunstbeschouwing.” Daarna ging ze naar de Kunstacademie van Den Bosch waar ze zich specialiseerde in keramiek.
Wat is haar ervaring van het kunstleven?
“Het fijnste wat er is. Tegelijkertijd moeilijk, want je komt jezelf tegen. Als het goed gaat, is het het meest fantastische beroep. Connie Palmen zei daarover: ‘Het publieke leven met interviews e.d. wordt gevormd door externe factoren. Maar schrijven doe je alleen en dan komt er een ander soort geluk’. En dat ervaar ik ook.”
Tot slot, wat is haar artistieke filosofie?
“Picasso zei ‘ik zoek niet, ik vind’. Lewis Carroll zei in ‘The Hunting of the Snark’: ‘We zoeken niet als zoekers, maar als vinders.’ Zoeken is fijner dan gebaande paden bewandelen. En dat vinden vind je gewoon tijdens het maken. Ik zou daarom alleen al geen conceptueel kunstenaar kunnen zijn omdat ik het fijn vind dingen te maken.”

Afbeeldingen: 1) Schets reidans, 2) Plissé, 3) Pina Dance en Contra, 4) Onnozele Kinderen uit ‘Wiens Oorlog?’, 5) Fort Europa I uit ‘Wiens Oorlog?’, 6) ‘Wiens Oorlog?’, 7) Le plat pays, 8) Troostvloot 2, 9) portretfoto Ellen Rijk, 10) Troostvloot 1
https://www.instagram.com/ellenrijk



Henny Schakenraad
🔝Ellen
Heleen Volman
Wat een mooie weerslag van een rijk interview en doorvoeld kunstenaarsleven. Fijn om te lezen….
Lian Hoedelmans
Prachtig werk,vanuit diep doorvoelde beleving van “gevonden” levensthema’s.
Frank en Mariken Pouw
Mooi artikel over een inspirerende kunstenaar en vrouw.