Het werk van Jessica Muller is kleurrijk, gelaagd, heeft diepte en gaat over de natuur. Althans dat zou je op het eerste gezicht zeggen. Het zou ook over andere dingen gaan, over de wereld, of wat er in een mensenhoofd kan woeden. In de Hardenberg zaal van Pulchri zag ik haar werk, samen met dat van de andere twee genomineerden voor de Van Ommeren – De Voogt Prijs 2025.
Reden genoeg om met Jessica over haar werk te gaan praten. Ik nam de trein en de bus en arriveerde toch redelijk snel in het bosrijke Barchem in de Achterhoek. Er hangt een briefje aan de voordeur dat ik door moet lopen naar haar atelier, links naast het huis. En daar is inderdaad Jessica. Terwijl zij koffiezet, bekijk ik een aantal schilderijen die ik eerder in Pulchri zag. Ook haar prijswinnende schilderij, iets kleiner van formaat dan de andere, staat er op een ezel.

Spanning met giftige tinten
In het werk Jtn25 – dat de jury had uitgekozen – zien we een hard waaiende boom op een rotspunt, terwijl er een enorme waterstroom naar beneden dendert, waarbij de kracht van de waterstroom in het niet valt van een enorme gele uitstorting uit iets zwarts. Daarnaast een paars wolkachtig bovenlichaam met blauwe lijnen erdoor, met daaronder een fel waaiende groene struik die aan de gele uitstorting raakt.
De jury zei erover: “Van een afstand idyllisch, maar toch van dichtbij chaotisch en bijna hels. Met giftige tinten die een spanning creëren tussen aantrekkingskracht en afstoting, blijft het werk ondanks zijn overweldigende chaos in evenwicht. Haar zoektocht naar het autonome beeld, werkend vanuit leegte en worstelen met fundamentele schildervragen, werd als authentiek en meeslepend beschouwd.”

Chaos en evenwicht
In haar antwoord aan de jury gaf ze aan dat ze tijdens het schilderproces naar onbekende beelden zoekt, zonder vooropgezet plan of betekenis. “Er is alleen de schilders aanwezigheid in het nu, met het materiaal. Tijdens het proces worden de bewuste en onbewuste waarnemingen fysieke bewegingen met dat materiaal. De beeldrichting verandert regelmatig. Er verschijnen illusies die ontmanteld worden met nieuwe kleuren, vegen en lijnen, waardoor opnieuw chaos ontstaat. Lagen met vorm en anti-vorm wisselen met elkaar uit. Het eindresultaat is een gevonden stiltepunt, een evenwicht. Er is een ruimte gecreëerd waar de toeschouwer in rond kan dwalen en er – door de kleuren en vormen -beelden ervaart, die uit eigen associaties zijn opgebouwd. Het beeld heeft voor iedere toeschouwer een eigen interpretatie. “
Het is een soort meditatie, zegt ze. “Er is geen plan. Als ik begin, zit er nog verf op mijn palet die ik random aanbreng op het doek. Daar voeg ik nieuwe kleur aan toe. Onbewust gaan mijn hersenen associëren, maar toch keer ik steeds terug naar de compositie en niet naar een eventueel verhaal. Daarvoor draai ik een doek, zet ik het op zijn kop, zodat de associaties verdwijnen en breng ik nieuwe lagen aan. Dat kan snel gaan. Ik werk aan verschillende doeken tegelijk. Ik creëer een droomachtige wereld. In je dromen kun je ook ingrijpen. Dat doe ik veel als ik aan het schilderen ben. Ik kill heel veel Darlings. Ik hou van verf.”

Verleden tijd
Toch is er een verhaal, maar dat is verborgen. Daar wil ze niet te veel over kwijt. Maar na een tijdje vertelt ze toch het een en ander.
‘Ik ben altijd bezig geweest met mijzelf in de wereld’, zegt ze, maar op de Academie – de KABK – speelde dat niet zo, engagement en diepzinnigheid. Op de achtergrond van het werk dat ze maakte speelde altijd wel het thema hoe mensen zich tot elkaar en tot de geschiedenis verhouden, ook dingen die met haar familie te maken hadden. “Maar die wilde ik niet delen, daar vloeiden dingen uit voort die beroering zouden kunnen veroorzaken.”
Jessica is geboren in Bergen in Duitsland, dichtbij het voormalige concentratiekamp Bergen-Belsen. “Mijn vader was beroepsmilitair en was daar gelegerd voor de Navo. Een week voor mijn geboorte nam hij mijn moeder mee om over het terrein van het voormalige concentratiekamp te lopen.” Als gezin van een beroepsmilitair verhuisden ze vele malen en woonden ze ergens soms maar een paar maanden. Op zeker moment is haar vader eruit gestapt, uit het leger. “In die atmosfeer ben ik groot geworden. Ik kijk voortdurend hoe mensen met elkaar omgaan. Dat komt terug in mijn werk.” Ze hoorde overigens pas op haar 16e echt wat er in WO II gebeurd was toen ze op de VWO het vak geschiedenis had. “Er werd thuis niet over gesproken ondanks dat er ingrijpende dingen in de families van zowel vaders- als moederskant waren gebeurd in die oorlog.”

Ze heeft altijd geprobeerd door lezen gebeurtenissen te begrijpen. Toen ze klein was, las ze de kinderbijbel, reisverhalen en componistenbiografieën omdat ze verhalen over mensenlevens interessant vond.
Ze maakte een periode abstracte kubussen en dozen die gingen over gaskamers maar nooit vertelde ze dat het daarover ging. Vervolgens schilderijen met geometrische vormen, vaak de ruitvorm en ook vaak met de kleur geel. In haar huidige werk is er meer detaillering te zien en meer organische vormen.

Hindoeïsme en boeddhisme
Vier jaar na de academie had ze genoeg van de Westerse cultuur en ging Störigs inleiding van de filosofie lezen en bleef meteen hangen in het hindoeïsme en boeddhisme. Hoe wordt daar omgegaan met ‘gemeenschap’? Acht jaar hield het haar bezig en las ze van de Mahabarata tot aan veel hedendaagse Indiase schrijvers.
Vanaf 1992 vertrok ze vier maal naar India. Eerst een maand, vervolgens twee maanden en uiteindelijk in 1997 met een subsidie van Stroom (Haags Centrum voor Beeldende Kunst) in haar zak voor een half jaar naar twee verschillende ateliers. Ze exposeerde in Madras en Trivandrum met werk waarin haar interpretatie van het gedachtegoed van het hindoeïsme tot uiting kwam. “De vrouw heeft in India niet veel te vertellen. Westerse vrouwen hebben zelfs dezelfde status als een paria. Hoe verhield ik me als westerse vrouw tot die wereld?”
Ze reisde ook het land rond. “In Rajasthan woonden de mensen vroeger in forten in de woestijn die strijd leverden tegen andere forten. Als de tegenpartij overwonnen was waren de meeste strijders van de andere partij gedood en de vrouwen kwamen terecht in de harem van de winnaar. Maar de vrouwen wilden dat niet en pleegden Sati; ze lieten zich met hun gedode man verbranden.” Jessica maakte daarover installaties en schilderijen van handen die vlammen.

In die forten zag ze vaak Delfts-blauwe tegeltjes, alleen waren ze niet Delfts, maar Chinees, want die blauwe tegels komen oorspronkelijk uit China. ”Dit inspireerde mij om in de installatie met de brandende handen, tegeltjes met een bloem te maken, maar dat bleek bij nader inzien van de toeschouwer wel een baarmoeder te zijn geworden.”
In haar atelier in artist village Cholamandal Artists’ Village, onder Madras (Chennai) werkte ook een enkele Indiase vrouwelijke kunstenaar, waaronder Sajitha Shankhar, die In India zeer bekend is geworden. “Ik praatte met hen over hun kunst, en hoe je als vrouw een kunstenaarsbestaan kon hebben. Ik merkte dat mijn blik westers geïmpregneerd was. Ik kon hun werk niet goed plaatsen. In de buurt werkte ook de Italiaanse kunstenaar Francesco Clemente, een ‘nieuwe wilde’, die neo-expressionistisch werk maakte. Hier waren de Indiase kunstenaars wel van onder de indruk. De Indiase kunstenaars in Cholamandal hadden zich ten doel gesteld om los te komen van de koloniale kunst. Ze zochten naar wat echt Indiaas was. Dat was nog niet zo eenvoudig.”
Ze toonde in 1997 haar werk in Sri Chitra Art Gallery in Trivandrum, installaties van aluminium en schilderijen van de ‘vlammende handen’. Behalve in India toonde ze dat werk ook in Den Haag in Quartair en tijdens atelierrondes. Maar de mensen begrepen het niet. Daarna besloot ze het voorlopig alleen over verf en kleur te gaan hebben.

De inhoud zit in mijn hoofd en mijn hart
Ze ging weer aan de slag met abstract werk met als uitgangspunt ‘de inhoud zit in mijn hoofd en mijn hart en komt terug in de associaties die ik stapel’. Haar gedachtewereld was vooral gebaseerd op de psychologie van Jung en later ook ideeën van de antroposofie.
Derrida
In 2014 haalde ze cum laude een 1e graad Docent Beeldende Kunst & Vormgeving bij ArtEZ om parttime les te geven. Middelbare scholieren wegwijs maken in jezelf uitdrukken en je daarmee verhouden tot de wereld om je heen, geeft haar veel plezier.
De Westerse cultuur en filosofie was daarmee ook weer dichterbij gekomen.
In Derida’s deconstructivisme zag ze een overeenkomst met haar eigen manier van werken, haar schilderen.
Het ontleden en opsporen van het niet geschrevene van die tekst in de marge noemt Derrida ‘deconstructie’.
“Iedere tekst die je leest, leunt eigenlijk op alle teksten die je daarvoor al hebt gelezen. Op alle kennis die je daardoor al hebt vergaard. Zonder al die reeds gelezen teksten zou je de tekst die je als laatste leest helemaal niet kunnen begrijpen. In wezen verwijst die laatste tekst dus niet naar de werkelijkheid, maar naar alle voorgaande teksten.”
In het beeld van de pagina van een boek is al deze kennis ‘in de marge’ van die laatste tekst. “Dat betekent dat het wit naast de tekst en tussen de regels door immens veel betekenis met zich meedraagt.”
Dit opzoeken van het ongezegde, ongedachte, het uitgeslotene wat er dus niet staat, maar wel ís, komt overeen met wat Jessica tijdens haar schilderproces doet, zegt ze.

Wat is haar ervaring van het kunstleven?
“De weg kronkelt en leidt niet altijd daarheen waar je zou willen. Idealen veranderen van vorm. Tijd en geld zijn factoren waar je niet om heen kunt. En je hebt anderen nodig.” Ze heeft altijd gestreefd naar zelfstandigheid en onafhankelijkheid. Toen ze studeerde, woonde ze in een huis met academiestudenten van andere disciplines. Ze richtten een coöperatieve kunstenaarsvereniging op: ‘Limiet Oneindig’, waarmee ze anti-kraak ateliers regelden en veel samenwerkingsprojecten deden, voor bijvoorbeeld theater. Na vijf jaar ging ieder zijns weegs en verhuisde ze naar een atelier van Stroom. Ze begon met filmen bij Frans Zwartjes in1997, maakte haar eigen video’s en documentaires en werkte als parttime editor. Ze werd lid van de Haagse Kunstkring en Pulchri. In 2006 maakte ze- ter gelegenheid van het 160-jarig bestaan – een film over het bestaansrecht van een kunstenaarsvereniging als Pulchri, met interviews in het hele kunstenveld van Den Haag. Die film is in delen nog te zien op Youtube. In 2009 wilde ze (met man en kind) weg uit de stad, naar de natuur en verhuisde naar Zutphen. Opnieuw sloot ze zich aan bij een kunstenaarsvereniging; de GBK Arnhem en organiseerde projecten met Gelderse beeldende kunstenaars zoals ‘Spotlight’. De GBK is uiteindelijk opgedoekt. Pulchri is nog steeds belangrijk want ze kan er haar werk laten zien en met collega’s spreken.

Er waren ook verschillende galeries waar ze mee samenwerkte in de loop van de tijd. Haar werk wordt sinds 2015 door de internet galerie Saatchi verkocht. Dan vliegt het naar Amerika, Londen of Sydney.


Afbeeldingen: 1) afw26, 2) tsh26, 3) trs26, 4) jtn25, 5) mrt25, 6) gch25, 7) Sati installatie, 1997, 8) smg22, 9) lst22, 10) plg23, 11) vld23, 12) portretfoto Jessica Muller
https://jessicamuller.nl/
https://www.instagram.com/jessicamullerartist/
https://www.pulchri.nl/nl/tentoonstellingen/jessica-muller-tussen-de-regels/
1 thought on “Chaos en evenwicht in het werk van Jessica Muller”