Meerdere landen, Nederland

Patricia Steur: “Durf te dromen. Dromen komen uit.”

patricia steur 1

Kingi Taurua Tribal – 2000
Chief – in the book Selected Portraits and Dedicated by Blood
Tattooed by Gordon Toi
Location – Auckland New Zealand

Het is oogsttijd voor Patricia Steur. De bekroning van vijftig jaar in de fotografie. Te beginnen met de uitgave van Hungry Eyes eind 2025, haar elfde boek met Andy Warhol op de omslag, een boek dat niet minder dan 3.2 kilo weegt. En diverse tentoonstellingen, te beginnen met een jubileumtentoonstelling in hotel L’ Americain (Amsterdam) – vanaf 12 maart ook met werk van andere leden van het Haagse rock ‘n roll Art collective The Hague (Rathpack), een grote overzichtstentoonstelling Hungry Eyes Live in de Island Gallery in Den Haag van 21 tot en met 29 maart, en exposities in Ierland, 29 mei, in Den Haag in  de mooie Pulchri Studio 2 mei, en in  Zweden (het Volkenkundig museum van Gotenburg) 26 juni.

Aan de grote houten tafel in haar ruime woonhuis aan de rand van het Haagse Zeeheldenkwartier vertelt ze over haar enerverende leven. Ik kijk op een grote foto van een oudere Maori met veren op zijn hoofd, een getatoeëerd gezicht, en vleugels van stro. Het blijkt Kingi te zijn, een Maori, die ‘hoog in de clan’ zat.

Directiesecretaresse

Ze begon niet als fotograaf, maar als directiesecretaresse. “Na de middelbare school wilde ik naar de Kunstacademie, maar mijn ouders waren daar huiverig voor. ‘Haal eerst maar een diploma, ga daarmee aan de slag en kijk daarna verder.’ Ze haalde het Schoevers diploma en kreeg een hele goede baan bij een Amerikaans bedrijf dat zich onder meer met olieboringen op de Noordzee bezighield. “Ik kon uit huis, dat wilde ik graag en kon een auto kopen.”

Ze was avontuurlijk en nieuwsgierig en kende mensen in het hippe Haagse leven zoals Barry Hay die zich bij de band de Golden Earring had aangesloten. Toen ze hem vertelde dat ze eigenlijk de fotografie in wilde, vertelde hij haar dat boven hem in de Barentszstraat een bandje woonde, ‘The Molesters’ die wel wat PR konden gebruiken. Ze maakte een foto van het bandje bij één van de bunkers op het eind van het Zwarte Pad. Die foto was goed gelukt. Dat sterkte haar in haar plan het pad van de fotografie te kiezen.

Naar Amsterdam

Als je verder in de fotografie wilde, moest je in Amsterdam zijn. In 1976 verhuisde ze daarnaartoe. Ze kende Claude Vanheye en ging in zijn studio in de Hazenstraat werken. Vanheye was bekend om zijn intieme en iconische portretten van popartiesten en top-DJ’s. Ze maakte er lange dagen, werkte zes dagen per week, twaalf uur per dag. “Het leverde een schijntje op vergeleken bij wat ik in Den Haag verdiende, maar ik heb er veel geleerd. En ook geleerd wat ik niet leuk vond.” Zo gebruikte Vanheye veel licht. Dat kon anders volgens Patricia. “De zon komt van een kant. Ik vond het belangrijk om ’t simpel te houden.” Na drieënhalf jaar nam ze afscheid van Claude.

Ze ging toen serieus foto’s maken van muziekoptredens van popsterren en bands. Aanvankelijk stond ze voor het podium. “’Laat ‘r maar door’, zeiden mijn mannelijke collega’s, want ik was het enige meisje. Om wat meer overzicht te hebben ging ik op mijn metalen koffertje staan.” Het lukte haar ook om backstage – ‘no hanky-panky’ – te komen en zelfs op de stage. Als Willy DeVille in het land was, belde hij haar zelfs op om foto’s te nemen. Zo nam ze een foto van hem in een Citroën DS Cabrio in de Langestraat. Bijna al die artiesten waren getatoeëerd. “Ik vroeg me af: waarom doen ze dat in godsnaam? Waar komt het vandaan? Toen heb ik de inheemse tatoeage leren kennen.”

Sicilië

In de brievenbus trof ze een foldertje over Sicilië aan met een zeiltocht om het hele eiland. “Mijn vader had daar gewerkt. Daar had ik goede herinneringen aan. Ik fotografeerde alles voor Centerfold. Van persmateriaal tot hun platenhoezen etc. Dus we kenden elkaar goed. Met hen wilde ik wel een reportage in Sicilië maken, mijn zusje ging ook mee voor de styling en de schrijfster Ellen Verbeek. We waren met zijn zessen. Het werd een sensatie. Grote opstoppingen in de havens vanwege die Hollandse dames. De kapitein kreeg de waarschuwing dat hij de boot, waar wij met z’n allen op sliepen, verder van de kade af moest meren voor de veiligheid. Het werd wel een reportage die de cover en een spread in Nieuwe Revu kreeg. En een van de foto’s won de Cannon-prijs. Een leuke toevalstreffer.”

Schiffmacher

In het Amsterdamse uitgaansleven kwam ze Henk Schiffmacher tegen in 1980, die een goed lopende tattooshop had opgezet. Hij trok bij haar in en zij fotografeerde diverse klanten uit de popmuziek die een tattoo kwamen zetten. Ze trouwden en tien jaar werkten ze samen.

Schiffmacher was toen ook zelf fotograaf. ”Voor Nieuwe Revu maakte hij een fotoserie over de Yakuza in Japan en een andere serie over rocksterren met tatoeages. Samen met hem ben ik gaan reizen door Azië, naar de Filippijnen onder andere. We fotografeerden inheemse volkeren, koppensnellers ook en ontdekten de traditionele tatoeages, onder meer van Gordon Toi. Gordon is een Maori carver en tattoo artist, uit Nieuw-Zeeland. Schiffmacher had hem uitgenodigd voor een bezoek aan Amsterdam. Ik heb hem mee naar huis genomen, eten voor hem gekookt. Dat was zo bijzonder voor hem dat hij me vroeg: ‘Wil je mijn clan fotograferen?’ Een jaar later zat ik bij Gordon in Auckland.”

Gordon

 “‘Kom maar met me mee.’ Tien dagen lang ben ik met hem opgetrokken. Het was de reis van mijn leven. We gingen naar zijn clan in noord Nieuw-Zeeland. Ik heb alles gefilmd en gefotografeerd. Hij nam me bijvoorbeeld mee naar het bos, naar de plek waar hij drie/ vier maanden lang zijn meesterproef als carver moest doen en waar hij had moeten overleven met wat je in het bos vindt. Na drie maanden kwam hij terug in de bewoonde wereld met een zwaar ding op zijn rug. Dat was zijn prachtige houtsnijwerk. Hij heeft mij meegenomen naar die plek om de navelstreng van zijn nicht te begraven. Hij moest het kind ‘aarden’. Het was heel bijzonder dat ik als vrouw erbij mocht zijn. ‘Hier leef ik voor’, dacht ik ‘Dit brengt me in evenwicht met alles’.”

Paul Huf

Tegenover de studio van Vanheye zat in dezelfde Hazenstraat Paul Huf de meesterfotograaf, bekend van onder meer de serie ‘Vakmanschap is Meesterschap’. “Huf drukte zijn foto’s ook op barietpapier. En had zo’n goeie glansmachine waar je bariet print in kon laten drogen. Veel makkelijker dan de bariet opplakken en dan laten drogen. Ik ging eens praten met Paul en vroeg of ik zijn glansmachine mocht lenen. Dat vond hij prima. Toen ik hem over mijn fotowerk vertelde, zei hij ‘praat eens met Freddy Heineken’. Ik had de serie Dream Girls gemaakt, samen met Espen Hagen, de spray paint artist. Heineken kwam met Paul Huf op mijn tentoonstelling, waar hij een werk van mij kocht. Later werd ik door Heineken uitgenodigd in zijn luxueuze woning. Het was een prettig gesprek. De foto die hij had gekocht uit de serie, was een afbeelding van een dame aan een piano, met een toetsenbord over zich heen geschilderd en gespraypaint.”

Freddy Heineken

Er ontstond een goede vriendschap. Heineken had wel wat commentaar op haar kleding, ‘Waarom draag je skateboardkleding?’ Hij vroeg haar of ze hem wilde leren fotograferen. “In de buurt van de brouwerij had hij drie panden met onderin een zwembad. Ik liet hem een model zwemmend in dat zwembad fotograferen. We liepen om het hele bad heen, kijkend naar de juiste plaats en het juiste perspectief. Heineken was behoedzaam als hij zich in de openbare ruimte begaf, het was na de ontvoering. Hij liet zich rijden in zijn geblindeerde limo met drie beveiligers in de auto en nog een auto erachter. Na afloop van een aantal lessen, vroeg hij ‘Wat wil je hebben?’” Ze hoefde eigenlijk niets te hebben, maar desalniettemin werd er een aantal dagen later een grote kist bij haar afgeleverd op haar adres op de Nieuwe Herengracht. Die bleek vol met Heineken gadgets te zitten. In de kist zat ook een ingepakt doosje. Patricia maakte het open. Er bleek een opzetlens voor een Hasselblad-camera in te zitten, met op het papiertje de tekst ‘Beter voor je nek’.

Inmiddels was ze gescheiden van Schiffmacher. Ze bleven wel goede vrienden.

Erik Hazelhoff Roelfzema

Heineken kende haar schoonvader, Erik Hazelhoff Roelfzema, de ‘Soldaat van Oranje’. In verband met een project over de gedecoreerde helden van de Militaire Willems-Orde had ze contact opgenomen met de Soldaat van Oranje Erik Hazelhoff Roelfzema waarvan ze wist dat hij even in Nederland was. ’Zeg maar niet tegen je uitgever dat ik in Nederland zit. Kom maar naar Hawaï’, was de reactie. “Die zin is levensveranderend geweest. Ik werd voorgesteld aan zijn zoon, ook Erik geheten. Hij was dichter en beeldend kunstenaar. Het was een blikseminslag.” 20 jaar lang ging ze elk jaar naar Hawaï om samen zijn ouders te bezoeken.

Erik Junior overleed in 2010. Zes jaar na zijn overlijden kreeg ze een relatie met de graficus Theo Maijenburg, bij wie ze altijd wil blijven.

Sleutelwerk

Ze heeft sleutelwerken en sleutelmomenten. Een sleutelwerk is de foto van de band The Molesters bij de Haagse strandbunker. “Dit was de eerste stap.” En de foto van Kingi, de Maori in een net pak. Ook de New York serie, die ze in de VS deed. “Ik heb daar straatfotografie gedaan, maar ook de foto van Andy Warhol gemaakt.”

Sleutelmomenten vormen de ontmoetingen met personen die haar een stap verder brachten. Zoals Barry Hay, waardoor ze naar Amsterdam ging, Henk Schiffmacher waardoor ze de wereld van de tatoeage leerde kennen, Govert de Roos, via wie ze haar huidige man Theo leerde kennen.

Vijftig jaar fotograaf

Vanaf 1976 is ze fotograaf. Haar vader was amateurfotograaf en -filmer. “Op schoorsteenmantel stond zijn Voigtländer. Daarmee heb ik het geleerd. Ik zocht een excuus om weg te gaan. Met de camera ging ik naar het strand en wat later kwam dat bandje de Molesters, bij de bunker, via Barry.

Mijn overgrootvader was ook amateurfotograaf. Hij heeft een fotoboek nagelaten met o.a. familiefoto’s. Hij was ingenieur in Zuid-Afrika, voor de Nederlandse Spoorwegen en werkte daar aan de spoorlijn. In dat boek zag ik, behalve spoorlijnfoto’s, foto’s van de inheemse bevolking, Zoeloes, o.a. vrouwen met ontbloot bovenlijf. In Zuid-Afrika heeft hij een Ierse vrouw ontmoet en werd mijn grootmoeder geboren. Na de Boerenoorlog ging hij naar Nederlands-Indië, voor de Nederlandsche Spoorwegen.

Mijn grootmoeder – half Nederlands half Iers- werd verliefd op een Indo, zij kregen een kind, mijn moeder. Mijn puur Nederlandse vader ging naar Nieuw-Guinea voor de olieboringen. Drie dagen voor de oorlog is hij met mijn moeder getrouwd. Ze hebben de Jappenkampen meegemaakt en overleefd. Ze kwamen weer bij elkaar en kregen twee kinderen en een pleegkind.”

Hoe zou ze het fotografieleven samenvatten?

“Het is een manier van leven. Ik moet werken, daarvoor heb ik de fotografie, maar ik vind het eigenlijk geen werk. Dat geldt ook voor muzikanten: Zij zeggen dat ze ergens moeten spelen…. Niet werken!”

Tot slot, wat is haar filosofie?

“Durf te dromen. Dromen komen uit. Als je iets heel graag wilt, gebeuren er dingen die dat mogelijk maken. Ik ben heel optimistisch van aard. Toen ik 20 was moest ik een nieuw paspoort hebben. ‘Wat is uw beroep?’ Ik gaf als beroep op fotograaf, maar ik was nog geen fotograaf. NLP (Neuro-linguistic programming), het is een wetenschap die werkt. Uiteindelijk wil ik mensen weer geïnspireerd naar huis sturen na een workshop.”

Afbeeldingen: 1) Kingi Taurua Tribal – 2000, Chief – in the book Selected Portraits and Dedicated by Blood, Tattooed by Gordon Toi, Location – Auckland New Zealand, 2) band The Molesters, 3) Willy de Ville – car – 1987, Singer – in the book ‘Selected Portraits’, Tattooed by Henk Schiffmacher, Location – in a DS Citroen Cabriolet in front of my studio in de Langestraat Amsterdam, 4) Centerfold, 5) Henk Schiffmacher, 6) Freddy Heineken, 7) Erik Hazelhoff Roelfzema (sr), 8) Erik Hazelhoff Roelfzema (jr), 9) Warhol, from the book Selected Portraits
available at www.patriciasteur.com, 10) Golden Earring, 11) portretfoto Patricia Steur door Mark Kohn.

https://patriciasteur.com/
https://www.instagram.com/patriciasteur/

Leave a Reply